Een van mijn beste vriendinnen kan geweldig goed koken. Bovendien doet ze dat er zo makkelijk uitzien dat ik af en toe ook zo’n plotse aanval van kookwoede krijg. Want zo moeilijk kan dat toch niet zijn, quoi?
Terugenkend aan de keer dat ik haar moeiteloos een cake in elkaar zag gooien begon ik op dinsdagavond vol goede moed aan een appelcake. En inderdaad, het ging geweldig vlotjes. Klets boem bang en een klein kwartiertje later stond mijn baksel in de oven.
*Fast forward naar 10 minuten later*
Het lief belt dat hij nog aan het werk is, maar daarna zal langskomen. Vol enthousiasme vertel ik hem het cakeverhaal. Het lief klinkt helemaal verlekkerd, want appelcake en het lief, dat gaat geweldig goed samen.
*Fast forward naar 15 minuten later*
Bovengenoemde vriendin belt. Of ik zin heb om een stapje in de wereld te zetten? Nog steeds vol enthousiasme vertel ik het volledige cakeverhaal, breng haar op de hoogte dat ik niet buiten kan omdat ik op mijn cake moet passen, maar nodig haar uit om een hapje mee te komen eten. De vriendin klinkt helemaal verlekkerd, want appelcake en de vriendin, dat gat geweldig goed samen.
*Fast forward naar 45 minuten later*
De vriendin arriveert. Samen lopen we naar de oven, kijken door het venstertje en knikken beiden goedkeurend.
*Fast forward naar 1u later*
De GSM zegt Ping! als teken dat de cake klaar moet zijn. Enthousiast pak ik de cakeprikker om te checken of alles binnenin wel stevig en gaar is. Zo mogelijk nog enthousiaster prik ik door de goudbruine korst en ontdek ik een vies drabje onder de korst. Klaar? Not so much.
*Fast forward naar 1u15 later*
Het lief komt thuis. Uitgehongerd. Nog niet gegeten wegens te veel zin in appelcake. De cake is nog steeds drabberig.
*Fast forward naar 1u30 later*
Het lief vertrekt naar de frituur, lichtjes teleurgesteld. Ik steek, al een heel pak minder enthousiast nog een keertje in de cake. Minder drabberig, maar nog steeds nat. De vriendin zegt dat het niet aan mij ligt, maar aan de oven. Want om zo’n dingen te zeggen heb je vriendinnen….
*Fast forward naar 1u45 later*
Het lief arriveert terug thuis, met frietjes.
*Fast forward naar 2u later*
Gefrustreerd ruk ik de cake uit de oven en plant hem neer op tafel. Het lief zegt enthousiast dat de cake er lekker uitziet, want om zo’n dingen te zeggen heb je een lief.
*Fast forward naar 2u05 later*
De vriendin en het lief eten vol goede moed twee grote stukken cake op. De vriendin zegt dat ze haar cake best wel graag een beetje nattig eet, het lief vertelt dat de cake echt wel lekker is. Ik verdenk hen ervan dat ze mij gewoon een plezier willen doen, maar kom tot de ontdekking dat de cake eigenlijk best wel lekker is.
Cake bakken en ik, ‘t heeft nooit goed samengegaan. Ik zal dan ook nooit ofte nooit een goede huisvrouw worden. Volgende keer trek ik wel gewoon een pak koeskes open.